Terug naar overzicht

2020-129: Literatuuronderzoek naar de bruikbaarheid en effecten van kwaliteitstoetsingsmethoden in de (forensische) zorg

Doelgroep 

Dit onderzoek is voor bestuurders, managers, professionals en cliënten die bekend zijn met de Forensische Kwaliteitsnetwerken.

Literatuuronderzoek naar  kwaliteitstoetsings-methoden in de (forensische) zorg

De Kwaliteitsnetwerken Forensische zorg, die sinds 2013 draaien, kunnen doorgaans rekenen op enthousiaste deelnemers en leveren mooie rapporten op. Kwaliteit van zorg leveren, dat wil elke professional en de kwaliteitsnetwerken ondersteunen daarbij. Door het leren en delen van kennis en het stimuleren van nieuwsgierigheid en verbinding verbetert de kwaliteit van zorg. Maar, op welke manier leidt deelname aan die netwerken nu tot kwaliteitsverbetering, en verbetert die kwaliteit nu echt wel? En, wat zijn goede en minder goede omstandigheden voor deelname aan kwaliteitsnetwerken?

Dat waren de vragen die in deze literatuurstudie centraal stonden. Voor de antwoorden werd literatuur geraadpleegd uit wetenschappelijke tijdschriften en overzichtsliteratuur. Daarmee werd onderzocht wat er bekend is over a) theoretische uitgangspunten en veronderstelde werkzame factoren, b) effectiviteit, en c) bevorderende en belemmerende factoren.

Resultaten

Uit de literatuur bleek dat theorieontwikkeling voor dergelijke kwaliteitsnetwerken nog in de kinderschoenen lijkt te staan. Zo wordt kwaliteitsverbetering door onderzoekers verschillend uitgelegd en gemeten, zoals betere scores op indicatoren, maar ook een veiliger leefomgeving of het leveren van multidisciplinaire zorg. Door veel onderzoekers wordt aangegeven dat het leren van elkaar en kennis en ervaringen delen factoren zijn die zouden moeten leiden tot kwaliteitsverbetering. In kwalitatieve onderzoeken geven deelnemers aan dat ze positieve veranderingen zien op een aantal factoren. Maar hoe die factoren samenhangen met kwaliteitsverbetering is niet duidelijk beschreven en nauwelijks onderzocht.

Wanneer gekeken wordt naar kwantitatieve effecten van een kwaliteitsnetwerk, dan is de effectiviteit van dergelijk netwerken erg bescheiden. Echter, deze onderzoeken keken naar resultaten  op relatief korte termijn, en dat kan een verklaring zijn voor het uitblijven van een effect.

Vrijwillige deelname, steun van het management, een innovatieve cultuur, passende vaardigheden en een focus op klinische uitkomsten komen naar voren als bevorderende factoren. Focus op één onderwerp, angst voor kritiek, een organisatorische focus en teveel of inflexibele standaarden komen onder meer naar voren als belemmerende factoren voor succesvolle kwaliteitsnetwerken.

Wat zijn nu, op basis van bovenstaande, de belangrijkste aanbevelingen?

  • ontwikkel een theoretisch kader met een heldere probleemstelling en een concreet doel. De veronderstelde werkzame factoren moeten aan dat doel gerelateerd zijn. Hiermee worden de werkingsmechanismen en de uitkomsten van kwaliteitsnetwerken onderzoekbaar;
  • kijk daarvoor naar theorieën als het ‘chain of action’ framework, implementatie- of innovatietheorieën, maar ook naar theorieën over gedragsverandering;
  • overweeg voor het doel concretere, korte termijn doelen (zoals leren, nieuwsgierig raken) te formuleren, en maak helder wat precies de relatie met kwaliteitsverbetering is.
  • doe onderzoek naar effectiviteit als er een theoretisch kader is. Maar ook naar ervaringsdeskundigheid in de kwaliteitsnetwerken en de implementatie van aanbevelingen.

Uitvoerende partij

Mark Bench in samenwerking met Inforsa, FPC Oostvaarderskliniek en De Borg.

Eindproducten